Het Anima complex in de horoscoop van Jung
Jung werd officieel geboren bij zonsondergang, om 19.24 uur op 26 juli 1875 — inmiddels 150 jaar geleden. Al in Symbole der Wandlung (1910) was Jung geïntrigeerd door "de nachtelijke zeereis": de weg die de mens door zijn onbewuste aflegt om tot zichzelf te komen. Hij beschrijft daarbij de Egyptische mythe van de dag-nachtcyclus van de zon. De Egyptenaren stelden dat de zon 's nachts op een bark onder de aarde door vervoerd werd, om de volgende dag weer aan de oostelijke horizon te verschijnen.
Ik en collectief
Dit thema van zonsondergang en -opgang zien we terug in Jungs horoscoop door de oppositie tussen zijn Zon in Leeuw in het westen (bij zonsondergang) en zijn Ascendant in Waterman. De Ascendant is de oostelijke horizon, waar de zon 's morgens opkomt.
Deze twee tegenstellingen gaan over het Ik (Leeuw) tegenover Het Zelf of collectief (Waterman). Het thema van het Ik of Ego tegenover het collectief heeft Jung zijn hele leven beziggehouden. Het begon met zijn angst voor overspoeling door het collectief, uitgedrukt in het visioen van de vloedgolf aan het begin van het Rode Boek. Daarna ging hij inzien dat wij een Ego hebben dat zich moet leren verhouden tot het collectief — zowel het collectief onbewuste als de maatschappij. Door beide kunnen we overspoeld worden.
Denken en Intuïtie
Wanneer we de horoscoop verder bekijken, valt op dat de mannelijke planeten Zon, Mars en Jupiter in lucht- en vuurtekens staan. Jung stelde zelf dat hij denken en intuïtie als bewuste functies had. Dit komt overeen met deze twee elementen: lucht (denken) en vuur (intuïtie).
Zon in Leeuw en Mars in Boogschutter werken allebei vanuit een vuurteken.
Ascendant in Waterman en Jupiter in Weegschaal werken allebei vanuit een luchtteken.
De combinatie Mars-Jupiter maakt hem eigenwijs; hij duldde geen tegenspraak. De stand van Zon en Ascendant, eveneens in lucht en vuur, versterkt dit. Ze zorgen voor een ambitieus, strijdlustig denken, gevoed door de behoefte de wereld symbolisch (intuïtie-type als visionair) te bekijken.
Eenzijdigheid
Dit maakte hem uiteindelijk tot de visionair die zichzelf als autoriteit op het gebied van dieptepsychologie kon neerzetten. Maar eerst werd hij in 1913, door het schrijven van het Rode Boek, geconfronteerd met zijn eenzijdigheid.
De eenzijdigheid van de bewuste functies wordt altijd gecompenseerd door de onbewuste functies — in zijn geval voelen en gewaarworden. Deze zijn terug te vinden in de elementen water en aarde. Daarin staan als tegenhanger juist de vrouwelijke planeten Maan en Venus, verantwoordelijk voor zijn zogenaamde "Anima-complex".
Maan: aardse gevoelskant
De Maan in het aardeteken Stier staat helemaal onderaan in de horoscoop, in het derde huis.
Maan in Stier staat voor een gevoelskant die geaard is, die tot rust komt in de natuur. De Maan geeft vaak onze huiselijke omstandigheden weer. De toren van Bollingen — waar geen elektriciteit was en waar hij zich volledig in de natuur kon terugtrekken — is een duidelijke uiting hiervan.
De Maan staat ook voor de moeder. Over zijn moeder zegt Jung:
"Mijn moeder was een erg goede moeder voor mij. Ze bezat een grote animale warmte, was ongelooflijk gezellig en erg dik." (HDG, 49)
Ze was gastvrij en kon voortreffelijk koken. We kunnen haar in het Rode Boek terugzien als de kokkin. Daarnaast was zijn moeder een goede prater — dit heeft te maken met de stand van de Maan in het derde huis, waardoor Jung zelf ook een vlotte spreker was.
Dit is de lichte zijde van de Maan. Toch heeft zij ook een donkere zijde.
De ‘duistere’ kant van de Maan
Tijdens zijn crisis in 1913 voelde Jung dat hij contact moest maken met zijn ziel, zijn gevoel. Zoals we hierboven zagen, is de Maan warm en gastvrij. Bij Jung heeft zij echter ook een andere, duistere kant — terug te zien in de conjunctie die de Maan maakt met Pluto. Deze samenstand maakt de Maan duisterder.
Hij ontmoet haar in het Rode Boek als zijn ziel, in de vorm van Salomé. Hij noemt Salomé "de veelarmige bloedige godin" (Rode Boek, 164), waarmee ze de kenmerken van Kali krijgt. Kali is de duistere kant van de Maan: een destructieve en tegelijkertijd transformerende godin. Dit komt overeen met de kenmerken van Pluto, die er in Jungs horoscoop voor zorgt dat zijn Maan een duistere, transformerende kant heeft. Het is deze “zielekracht” die hem in die periode op het randje van een psychose bracht. Hij moest ook deze kant leren kennen. Jung zegt daarover:
"Omdat ik een denker was en ik mij gewaar was van het vijandige principe van de hartstocht, verscheen dát voor mij als Salomé." (Rode Boek, 163)
Hier zien we hoe de Maan in het "inferieure" aardelement zijn superieure denken compenseert.
Ook deze kant herkende hij in zijn moeder. Hij zag haar uit twee persoonlijkheden bestaan:
"'s Nachts leek ze me onheilspellend. Ze was een zieneres die tegelijk een vreemdsoortig dier is." (HDG, 51) Deze kant herkende hij eveneens in zichzelf.
De Ithyfallische God
Deze duistere kant van de Maan-Pluto-conjunctie heeft hem waarschijnlijk al als kind de droom over de Ithyfallische God gegeven. Daarbij werd zijn onbewuste kant gesymboliseerd door een (onder)aardse fallus op een troon — de troon als moederschoot van waaruit de fallus opgroeit en zijn blik omhoog werpt. Zij stelt de inferieure functie gewaarworden voor, die uit de moederschoot (Maan) oprijst.
In het Rode Boek zien we hem terug als de aardse God van de kikkers en de padden. Deze aardse, duistere God uit de aarde kunnen we plaatsen bij de Maan-Pluto-conjunctie in Stier. De Pluto-kracht is een fallische kracht, die als de Kundalini omhoog wil stijgen.
Venus: fantasie en invoelen
Tot slot is er nog een aspect van de Anima dat we terugzien in de planeet Venus, die in het andere inferieure element water (voelen) staat: in Kreeft. Zij laat een heel ander aspect van de Anima zien.
Venus in Kreeft geeft een naïeve, dromerige Anima. We zien haar in het Rode Boek terug als de mooie dochter van de geleerde in het Kasteel in het woud. Zij is een onschuldige ziel, wachtend op verlossing: "Zij heeft een schone onwereldse ziel, die verlangt om tot het leven van de werkelijkheid te komen." (Rode Boek, 231) Daarmee doet ze denken aan de onschuldige Kore die nog vrouw moet wórden.
Venus staat samen met Mercurius in Kreeft, en dit zien we terug in Jungs fantasierijkheid en zijn bijna poëtische manier van schrijven — onder andere in het Rode Boek. Daarnaast geeft Venus in Kreeft een vermogen om aan te voelen wat de mens nodig heeft. Zij kan inspelen op de diepe stromingen van de mensheid (Kreeft). Venus als deel van de Anima maakt hiermee verbinding.
Venus-Mercurius maakt ook gespannen aspecten met Mars en Jupiter (inflatoir denken), waardoor zijn gevoelsmatige manier van schrijven haaks staat op zijn wetenschappelijke benadering. Deze spanning is waarschijnlijk de oorzaak van zijn vaak wollige taalgebruik.
Besluit
We zien hier in Jungs horoscoop hoe het aangaan van zijn innerlijke strijd — veroorzaakt door zijn Anima-complex — hem in contact bracht met zichzelf, en hoe dit de dieptepsychologie een nieuwe dimensie gaf.
In het algemeen geldt: door naar de tegenstellingen in de horoscoop te kijken, leren we de werking van onze complexen kennen. Deze complexen helpen ons een vollediger mens te worden. De kunst is hun tegenstellingen te herkennen.
Bibliografie
Greene, Liz. Studies in Astrology. 2018.
Jung, C.G. Jung Speaking. 1993.
Jung, C.G. Kleine Jung Bibliotheek (KJB) – Dromen. 2001.
Jung, C.G. Herinneringen, dromen, gedachten (HDG). 1985.
Jung, C.G. Het Rode Boek. Nederlandse vertaling Hans Huisman. 2019.